skip to Main Content
050 211 25 78 secretariaat@nova-legal.nl
Lindebaum/Cohen Arrest: Een Onrechtmatige Daad Is Meer Dan Alleen Het Schenden Van Een Rechtsplicht

Lindebaum/Cohen arrest: een onrechtmatige daad is meer dan alleen het schenden van een rechtsplicht

Het Lindebaum/Cohen is een oud en bekend arrest in het verbintenissenrecht. Het arrest geeft een ruimere betekenis aan hetgeen destijds als onrechtmatige daad werd gezien. Niet alleen het schenden van een rechtsplicht valt onder een onrechtmatige daad, maar ook handelingen die in strijd zijn met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijke verkeer als normaal wordt beschouwd, zijn als onrechtmatig aan te duiden. De Hoge Raad heeft in dit arrest vastgelegd wat wij vandaag de dag als onrechtmatige daad kennen in art. 6:162 BW.

De situatie – Lindebaum tegen Cohen

In 1919 hadden Lindebaum en Cohen beide een drukkerij in Amsterdam. Cohen besluit een werknemer van Lindebaum om te kopen, om zo informatie te krijgen over alles wat er op het kantoor van Lindebaum gebeurde. Cohen kon er op die manier bijvoorbeeld achter komen welke bedragen op de offertes van Lindebaum stonden. Lindebaum komt hier achter en ondervindt schade van de acties van Cohen. Hij spreekt Cohen daarop aan, op grond van onrechtmatige daad en start een gerechtelijke procedure. De vraag die in deze procedure centraal stond is of het handelen van Cohen wel onder het begrip onrechtmatige daad valt?

Het oordeel van de rechter

De rechtbank geeft Lindebaum in eerste instantie gelijk. De omgekochte werknemer heeft namelijk in strijd gehandeld met de wettelijke geheimhoudingsplicht. Dat Lindebaum de werknemer voor de schade had kunnen aanspreken, neemt niet weg dat hij ook Cohen daarvoor kan aanspreken. Zo is er volgens de rechtbank in strijd met een rechtsplicht gehandeld waardoor sprake is van een onrechtmatige daad.

In hoger beroep bij het Gerechtshof

Het Hof gaat niet mee in het oordeel van de rechtbank. Het Hof legt het begrip onrechtmatige daad beperkter uit. Mocht het namelijk al zo zijn dat de werknemer deze geheimhoudingsplicht geschonden had, dan brengt dat niet met zich mee dat ook Cohen daarvoor aangesproken kan worden. De geheimhoudingsplicht geldt tussen Lindebaum en de werknemer. De verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst gelden niet voor derden zoals Cohen. Er is volgens het Hof dus geen sprake van een onrechtmatige daad omdat Cohen geen wettelijke bepaling heeft geschonden die dergelijk handelen verbiedt. Er bestaat dus geen rechtsplicht om na te laten op deze manier te handelen.

In cassatie bij de Hoge Raad

De Hoge Raad gaat op haar beurt niet mee in het oordeel van het Hof. De Hoge Raad vindt dat het Hof het begrip onrechtmatige daad te beperkt heeft uitgelegd. Een handeling is namelijk niet enkel onrechtmatig omdat dit uit een wetsartikel is af te leiden. Een onrechtmatige daad is dus niet alleen het handelen of nalaten in strijd met een recht of rechtsplicht. Ook handelingen die indruisen tegen de goede zeden of de zorgvuldigheid die in het maatschappelijke verkeer wordt gevraagd, zijn als onrechtmatige daad te bestempelen. De ‘dader’, zoals de Hoge Raad de persoon die handelt noemt, is in zo’n geval schadeplichtig tegenover de andere partij.

Onrechtmatige daad is meer dan alleen wettelijke bepalingen schenden

Kortom, een onrechtmatige daad is meer dan alleen het schenden van wettelijke bepalingen of een rechtsplicht. Ook het handelen of nalaten in strijd met de gevergde zorgvuldigheid kan in bepaalde gevallen een onrechtmatige daad opleveren.

Heeft u hulp nodig bij het vorderen van een schadevergoeding of wordt u geconfronteerd met een vordering tot het vergoeden van schade? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. Onze gespecialiseerde juristen helpen u graag!

Neem contact op
Back To Top